English

Zoeken

NPRC en AkzoNobel - Groene zoutpendel


Hoe vervoer je jaarlijks duizenden tonnen zout zo groen mogelijk? Eén: zet schepen in. Twee: maak die schepen de schoonste die er rondvaren. Dat is precies wat AkzoNobel heeft gedaan met het zoutvervoer tussen Delfzijl en Rotterdam. Een voorbeeld dat navolging verdient.

Vijf forse binnenschepen vormen samen een zoutpendel tussen Delfzijl en Rotterdam. De schepen zijn in 2010 alle voorzien van de modernste apparatuur voor de optimale zuivering van uitlaatgassen. AkzoNobel heeft deze duurzame oplossing mede mogelijk gemaakt door een hogere vrachtprijs te betalen. “Dat is een gevolg van onze keuze voor sustainable business”, zegt Rob de Leeuw, Senior Logistic Manager bij AkzoNobel Industrial Chemicals. “Dit is niet het einde van deze ontwikkeling, want de binnenvaart zal de komende 20, 30 jaar nog veel schoner worden. Denk maar aan de voortstuwing op basis van aardgas.”

Het zout dient als grondstof voor een fabriek van AkzoNobel in Rotterdam Botlek. De vijf schepen zijn aangesloten bij de NPRC (Nederlandse Particuliere Rijnvaart Centrale), het grootste samenwerkingsverband van binnenschippers. De NPRC garandeert een evenwichtige zoutaanvoer. Stefan Meeusen, de jonge directeur van het samenwerkingsverband: “We bieden de garantie van een bepaald niveau in de silo.” De dienstverlening is geoptimaliseerd. “Als er ijs ligt, zorgen we dat er vrachtauto’s rijden. Ik zie de vrachtwagen dan ook niet als concurrent, maar als aanvullende modaliteit. Als je het slim aanpakt, biedt de samenwerking voor beide partijen meerwaarde.”

Voor AkzoNobel is de keuze voor de binnenvaart een logische keuze. Rob de Leeuw: “Afhankelijk van de geografische ligging, kiezen we bij grote productstromen voor binnenvaart of spoor. Wij zijn tevreden over de NPRC. Zij zijn een onderdeel van onze supply chain.” De NPRC staat voor meer verladers klaar om de supply chain te optimaliseren. Stefan Meeusen: “Hoe meer we weten van het logistieke proces bij de verlader, hoe efficiënter we de logistieke middelen in kunnen zetten en dat leidt uiteindelijk tot een zo gunstig mogelijke prijs voor de verlader.” Maar er speelt meer dan de prijs. “De noodzaak om iets anders dan het wegvervoer in te schakelen, neemt snel toe. Wat tegenwerkt is de nog steeds grote onbekendheid van de binnenvaart bij de verlader.” Dat leidt ertoe dat verladers kampen met wat Meeusen omschrijft als ‘koudwatervrees’.

De NPRC stelt voor menig verlader een kosten-baten- analyse op. “Soms moet je toegeven dat het niet haalbaar is om over te schakelen op de binnenvaart. En het is prima als een verlader weloverwogen kiest voor een andere modaliteit, als hij dan wel regelmatig checkt of het nog wel de meest optimale manier van vervoeren is.” Meeusen zou graag zien dat door vervoerders en verladers samen meer wordt gekeken naar de planning voor de lange termijn. “Ik trek me dat zelf aan, want wij zijn degenen die deze uitdaging aan moeten gaan.”


Facts:

  • De 5 miljoen ton die AkzoNobel Industrial Chemicals laat vervoeren, is verdeeld over wegvervoer (28%), spoor (4%), binnenvaart (45%) en een klein deel multimodaal (1%). De overige 22% gaat over zee.
  • De NPRC beschikt over 80 schepen die met een totaal laadvermogen van 150.000 ton jaarlijks goed zijn voor het vervoer van 6 miljoen ton voornamelijk droge lading, containers en stukgoed.

Actueel


Programma the Blue Road Dag 10 mei Maritime Industry
Dinsdag 25 april 2017 - De Binnenvaartorganisaties verzorgen op woensdag 10 mei een gevarieerd en interessant programma op the Blue Road Dag in het KennisTheater in Hal 2 (bovenverdieping)
Lees verder >

Alle nieuwsberichten >