Er zijn veel verschillende soorten schepen die verschillen in bijvoorbeeld afmetingen, het soort lading dat ze vervoeren en op welke vaarwegen ze varen. Er is dan ook geen schip hetzelfde, ze zijn stuk voor stuk uniek. Toch zijn er verschillende scheepssoorten te onderscheiden. Kijkend naar het soort lading zijn er in de binnenvaart zes soorten:
Van alle soorten schepen zijn ook zogenaamde duwbakken beschikbaar. Dit zijn schepen zonder eigen motoraandrijving. Voor de droge lading zijn nog een aantal sleepschepen in bedrijf. Zij dienen vaak als drijvende opslag.
Bekijk hier de tekeningen van de verschillende scheepssoorten met hun kenmerken.

Deze schepen vervoeren stukgoed of droge bulk in hun ruimen. Voorbeelden van droge bulk zijn graan, ertsen, kolen of veevoeders. Droge lading schepen zijn vaak voorzien van "luiken". Hiermee kan het ruim afgesloten worden om zo de lading droog te kunnen houden. Er zijn tegenwoordig ook droge lading schepen die speciaal ingericht zijn voor enkel het vervoer van containers. Deze hebben bijvoorbeeld een hefbaar stuurhuis om over hoge lagen containers heen te kunnen kijken. Droge lading schepen zijn erg veelzijdig en hebben tal van vervoersmogelijkheden. Ze zijn in de binnenvaartvloot dan ook het meest vertegenwoordigd.

Beunschepen vervoeren over het algemeen ballastzand of bagger. Deze schepen kunnen bij een zuiger laden of zijn zelfzuigend. Zij zijn zodanig ingericht dat het water, dat er met de lading ingespoten wordt, ook weer wegvloeit zonder dat het schip kan zinken.
Zeker 80% van alle gevaarlijke ('natte') stoffen worden over water vervoerd met tankschepen. Dit is namelijk veel veiliger dan per trein of vrachtauto, omdat die vaak door stedelijke gebieden moeten om hun bestemming te bereiken. Bovendien zijn tankschepen vaak voorzien van dubbele wanden en moeten aan zeer strenge eisen voldoen. De dubbele wanden zijn in de praktijk getest, zodat er bij een aanvaring geen lekkage van lading kan optreden.
Tankschepen kunnen diverse soorten lading vervoeren, zoals vloeistoffen, gassen en poedervormige producten. Er bestaan vier typen tankschepen, type N (normaal), type C (chemie), type G (gas) en poedertankers.




Duwboten worden achter zogenaamde duwbakken geplaatst als aandrijving. Duwbakken kunnen namelijk niet zelfstandig varen. De duwboot is eigenlijk een soort drijvende machinekamer met een compleet bemanningsverblijf en een stuurhut. Een duwboot met duwbakken ervoor wordt een duwstel genoemd. Een duwstel kan maximaal 6 bakken hebben. Dat maakt het duwstel tot 200 meter lang. In de praktijk wordt echter vaak met 2 of 4 bakken gevaren. In het laadruim van een duwbak kan van alles worden vervoerd: bulklading zoals erts, kolen of graan, maar ook containers. De soort lading is mede afhankelijk van het feit of de duwbak een luikenkap heeft.
Sleepboten worden gebruikt voor het slepen van onder andere sleepschepen, pontons, baggermolens, elevatoren en drijvende kranen. Ook assisteren ze zeeschepen en duwstellen.
Kleine duwboten beschikken ook vaak over een sleepinstallatie.

Passagierschepen worden ingezet voor het personenvervoer. Dit kan de hotelcruisevaart, de dagpassagiersvaart (party- en rondvaartbedrijven) of voor veerdiensten zijn. Een gemiddeld passagierschip heeft een capaciteit van rond de 100 passagiers. Denk hier aan de schepen die bijvoorbeeld ingezet worden voor de bekende Rijnreizen.

Een roll-on-roll-off-schip, of kortweg een ro-ro-schip, kan met een laadklep allerlei rollende lading aan boord te nemen, zoals nieuwe auto's en bestelbussen, vrachtwagens, maar ook bijvoorbeeld tractoren of legervoertuigen.